taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » nieuws »

Steunpunt Nederlandstalige Terminologie te gast bij de Vlekho

17/04/2008

Donderdag 17 april organiseerde het Steunpunt zijn tweede werkborrel. Na de nieuwjaarswerkborrel in Amsterdam waren we nu te gast bij de Vlekho in Brussel. Deze werkborrels zijn informele gelegenheden voor professionals in de terminologie. Ze dienen om elkaar wat beter te leren kennen, maar vooral om met elkaar en met het Steunpunt van mening te wisselen over de toepassing van terminologische methodes in de dagelijkse praktijk. Het steunpunt organiseert deze bijeenkomsten omdat het bij de uitvoering van haar voorlichtingstaken graag wil weten of de door haar voorgestelde werkwijze inhoudelijk aansluit bij wat experts een goede methode voor terminologiebeschrijving vinden.

Presentatie
Ook de presentatie in Brussel werd weer verzorgd door Hennie van der Vliet van het Steunpunt voor Nederlandstalige Terminologie. In zijn presentatie ging hij kort in op de taken van het Steunpunt en haar doel van deskundigheidsbevordering van het veld. De focus van de bijeenkomst lag op de methode van werken zoals in Amsterdam in januari is besproken.
Het betreft een methode met als uitgangspunt een oriëntatie op het tekstuele en op het conceptuele. Dit zijn geen ongebruikelijke uitgangspunten voor een descriptieve aanpak van terminologiebeheer. Uiteraard gaat het hier om uitgangspunten, in specifieke gevallen kan en moet hiervan worden afgeweken. Daarover straks meer.
Hennie stelde zowel een minimale als een maximale aanpak voor en probeerde vervolgens een brug tussen deze twee te slaan. De minimale methode moet praktisch bruikbaar zijn. Dat betekent dat deze methode een compromis is tussen enerzijds de kwaliteit van het terminologiebeheer en anderzijds de tijdsinvestering en gebruiksvriendelijkheid. Om dat te bereiken, stelde hij voor betekenisomschrijvingen en rijke termcontexten uit de corpora te gebruiken voor de beschrijving van het concept waarnaar termen verwijzen. Dit biedt onder andere de mogelijkheid termen controleerbaar aan een betekenis te koppelen. In de presentatie ziet u dit uitgewerkt en met een voorbeeld toegelicht.
Een maximale aanpak doet weinig concessies aan gebruiksvriendelijkheid en aan tijdsinvestering. Hennie ging uit van een min of meer formele beschrijving van het concept. Hierbij kan aan frames gedacht worden, aan een ontologie, aan een koppeling van die twee of aan nog andere representaties, maar essentieel is dat er een netwerkachtige structuur ontstaat die systematische beschrijving van een domein mogelijk maakt. De maximale aanpak is natuurlijk om wetenschappelijke redenen interessant. Bovendien kan de maximale methode worden toegepast in grotere terminologische projecten waarin voldoende tijd en kennis voorhanden is en waarin behoefte is aan een rijke semantische beschrijving van het domein achter de termen. In de praktijk blijkt dat tot goede resultaten te kunnen leiden, zoals onder andere het CVC in Brussel en de VU-Amsterdam al verschillende malen hebben laten zien.

Discussie
In de levendige discussie die zich al tijdens, maar vooral ook na de presentatie ontspon, bleek dat de aanwezigen inderdaad van mening waren dat de minimale methode het meest geschikt lijkt voor praktisch gebruik in vertaalomgevingen terwijl de maximale methode eerder geschikt is om grotere projecten domeinen in kaart te brengen. De maxi-methode is echter niet eenvoudig aan te leren en vraagt een flinke investering in tijd en kennis. Om die reden zijn in de presentatie enkele suggesties gedaan om het gat tussen beide methodes te vullen met een zogenaamde midi-methode. Daarbij kan ervoor gekozen worden om de mini-werkwijze te systematiseren of om de maxi-werkwijze minder afhankelijk te maken van domeingebonden frames. Of je nu de mini aankleedt of de maxi stript, in beide gevallen doemt het beeld op van een systeem van frame-achtige structuren dat flexibel genoeg is om elk domein te beschrijven, maar dat in principe domeinonafhankelijk is. In de presentatie werd o.a. een voorstel gedaan dat domeinonafhankelijk probeert te zijn door met een vaste typologie te werken en dat te combineren met een traditionele set caseframes (agens, patiens, instrument en dergelijke). Voorlopig gaat het hier echter om onderzoek, er zijn nog geen praktisch bruikbare resultaten.
Een ander punt dat in de discussie naar voren kwam was dat het descriptieve uitgangspunt van de voorgestelde werkwijze niet in alle gevallen relevant is. De aanwezigen van vertaaldiensten van de Europese overheid en van de NATO wezen erop dat in die domeinen de gewenste terminologie vast ligt, of dat er anders toch op zijn minst bij voorbaat al een sterke voorkeur voor het gebruik van bepaalde termen is. Dat heeft uiteraard consequenties voor de werkwijze, maar toch was men van mening dat de door het Steunpunt voorgestelde methoden tegemoet komt aan de eisen in verschillende situaties waarin descriptief terminologiebeheer wenselijk is.
Terminologen van instellingen als de Europese vertaaldiensten en de NATO zijn gepokt en gemazeld in terminologiebeheer. Men werkt bovendien met grotendeels vastgelegde terminologie en men heeft er dan ook geen directe behoefte aan een praktische werkwijze zoals die waar het Steunpunt nu mee komt. Voor ons is dat een reden te meer om blij te zijn met de interesse van deze terminologie-professionals. Het Steunpunt zet zich in voor de bevordering van onderling overleg en transparantie in werkwijze, omdat dat de kwaliteit van de Nederlandstalige terminologie op een hoger niveau kan tillen.

En uiteindelijk dan de borrel …
Na de presentatie liet branchevereniging NL-Term zien dat ze weet wat er onder terminologen speelt door ons een borrel aan te bieden. Anders dan in Amsterdam raakte ditmaal de Nederlandstalige terminologie tijdens de borrel wat op de achtergrond, maar het werd er niet minder gezellig door. Het zal het Belgisch bier zijn.

Verdere bijeenkomsten
De twee bijeenkomsten hebben laten zien dat de voorgestelde methode op instemming kan rekenen van een flink aantal vooraanstaande terminologen uit het onderwijs en uit de praktijk. In de toekomst willen we in Nederland en Vlaanderen bijeenkomsten blijven organiseren waarin we onze methode uiteenzetten en ter discussie stellen. Op dit moment voelen we ons echter al voldoende gesteund om op de ingeslagen weg voort te gaan en de door ons voorgestelde werkwijze als uitgangspunt te gebruiken bij het verlenen van advies.
Nieuwe bijeenkomst zullen we u aankondigen via deze website, maar u kunt nu al aangeven of u interesse heeft, en dan houden wij U op de hoogte.
Tot slot willen we nogmaals de Vlekho en de vereniging NL-Term hartelijk bedanken voor het beschikbaar stellen van respectievelijk de ruimte en de borrel.

Nieuwsarchief


2008: 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1
2007: 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1
2006: 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1
2005: 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1
2004: 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1
2003: 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1
2002: 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1
2001: 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 6 | 5 | 4 | 3
2000: 10 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties