Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Gemeenschappelijk Europees referentiekader

U bent hier: start » onderwijs » europees referentiekader

4.3 Communicatieve taken en doelen

4.3.1 Communicatiehandelingen met één of meer gesprekspartners worden over het algemeen uitgevoerd door een taalgebruiker die in een bepaalde situatie zijn of haar doelen nastreeft. In het persoonlijke domein kan het de bedoeling zijn een gast te onderhouden door informatie uit te wisselen over familie, vrienden, leuke en nare dingen, ervaringen en meningen te vergelijken, enzovoort. In het publieke domein zal het meestal de bedoeling zijn zaken te doen, bijvoorbeeld kleren te kopen van goede kwaliteit voor een redelijke prijs. In het professionele domein kan het gaan om het begrijpen van nieuwe regelgeving en de gevolgen ervan voor een klant. In het educatieve domein kan het doel zijn bij te dragen aan een rollenspel of een seminar, of een artikel over een special onderwerp te schrijven voor een conferentie of een vaktijdschrift, enzovoort.

4.3.2 In de loop der jaren hebben behoeftenanalyses en taalaudits een uitgebreide literatuur opgeleverd over de taalgebruikstaken die een leerder moet uitvoeren om te kunnen omgaan met de eisen die voortvloeien uit de situaties in de verschillende domeinen. Als voorbeelden zouden de volgende taken in het beroepsdomein kunnen dienen, overgenomen uit hoofdstuk 2, paragraaf 1.12, van Threshold Level 1990.

Communiceren op het werk:

Als tijdelijk ingezetenen moeten leerders in staat zijn om:

Als lid van de ontvangende groep moet een leerder een (moedertaal)spreker van de taal die hij of zij leert kunnen helpen met de bovengenoemde taken.

In hoofdstuk 7, paragraaf 1, van Threshold Level 1990 worden voorbeelden gegeven van taken in het persoonlijke domein.

Persoonlijke identificatie

De leerders kunnen zeggen wie ze zijn, hun naam spellen, hun adres en telefoonnummer opgeven, zeggen wanneer en waar ze geboren zijn, hun leeftijd, geslacht, burgerlijke staat en nationaliteit opgeven, vertellen waar ze vandaan komen, wat ze voor werk doen, hun familie beschrijven, eventueel hun godsdienst noemen, verklaren waar ze wel en niet van houden, zeggen wat ze van andere mensen vinden en soortgelijke informatie van anderen vragen en begrijpen.

Praktijkmensen (zoals docenten/leerkrachten, cursusmakers, examinatoren, curriculum- en/of leerplanontwikkelaars), gebruikers (zoals ouders, schooldirecties, werkgevers) en leerders zelf vinden deze zeer concrete taakbeschrijvingen erg zinvol en motiverend als doelstellingen. Het aantal taken is echter oneindig. Het niet mogelijk om in een algemeen kader in extenso alle communicatieve taken te specificeren die in de werkelijkheid zouden kunnen worden vereist. In de onderwijspraktijk zal men zich moeten bezinnen op de communicatiebehoeften van de leerders met wie men werkt en vervolgens, gebruikmakend van alle nodige bronnen die in het Referentiekader worden geboden (zoals bijvoorbeeld beschreven in hoofdstuk 7), de communicatieve taken moeten specificeren waarop zij dienen te worden voorbereid. In het kader van bewustmaking en zelfsturing moeten leerders ook worden gestimuleerd na te denken over hun eigen communicatiebehoeften.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • welke communicatieve taken in het persoonlijke, publieke, professionele en/of educatieve domein de leerder zal moeten kunnen uitvoeren;
  • hoe de behoeften van de leerder kunnen worden vastgesteld waarop de keuze van taken is gebaseerd.

4.3.3 In het educatieve domein kan het helpen om een onderscheid te maken tussen de taken die leerders moeten kunnen uitvoeren als taalgebruikers en de taken waarmee zij bezig zijn als onderdeel van het leerproces zelf.

Wat betreft taken die dienen voor de planning, uitvoering en verslaglegging van het leren en onderwijzen, kan voor zover van toepassing informatie worden gegeven over:

Een uitgebreidere bespreking van de rol die taken spelen bij het leren en onderwijzen van talen vindt u in hoofdstuk 7.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • welke taken leerders zullen moeten kunnen uitvoeren in het educatieve domein, a) als deelnemers aan begeleide, doelgerichte interacties, projecten, simulaties, rollenspellen, enzovoort, b) op andere manieren wanneer de tweede taal wordt gebruikt als instructiemedium voor het onderwijzen van i) de taal zelf of ii) andere vakken in het onderwijsprogramma, enzovoort.

4.3.4 Speelse vormen van taalgebruik

Het gebruik van taal voor speelse doeleinden is vaak een belangrijk onderdeel van het taalleren en de taalontwikkeling, maar blijft niet beperkt tot het educatieve domein. Enkele voorbeelden van ludiek taalgebruik:

Sociale taalspelletjes:

Individuele activiteiten:

Woordgrappen maken (zoals woordspelingen), bijvoorbeeld in:

4.3.5 Esthetische vormen van taalgebruik

Fantasierijk en artistiek taalgebruik is zowel educatief als op zichzelf belangrijk. Esthetische activiteiten kunnen productief, receptief, interactief of bemiddelend zijn (zie paragraaf 4.4.4), zowel in gesproken als in geschreven vorm. Hiertoe behoren activiteiten als:

Deze summiere behandeling van wat van oudsher een belangrijk, vaak dominant aspect van de modernetalenstudies in het middelbaar en hoger onderwijs is, lijkt misschien geringschattend. Dat is niet de bedoeling. Nationale en regionale literaturen leveren een grote bijdrage aan het Europese culturele erfgoed, dat door de Raad van Europa wordt beschouwd als 'een waardevolle gemeenschappelijke bron die we moeten beschermen en ontwikkelen'. Literaire studies dienen veel meer onderwijsdoelen – intellectuele, morele en emotionele, taalkundige en culturele – dan alleen zuiver esthetische. Gehoopt mag worden dat literatuurdocenten op alle niveaus vele onderdelen van het Referentiekader relevant zullen vinden voor hun werk en tevens bruikbaar om hun bedoelingen en methoden transparant te maken.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • welke vormen van speels en esthetisch taalgebruik de leerder zal moeten beheersen.
Nederlandse Taalunie