Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Gemeenschappelijk Europees referentiekader

U bent hier: start » onderwijs » europees referentiekader

6.4 Enkele methodologische opties voor het leren en onderwijzen van moderne vreemde talen

Tot nu toe heeft het Referentiekader betrekking gehad op de constructie van een alomvattend model van taalgebruik en de taalgebruiker, waarbij onderweg de aandacht is gevestigd op de relevantie van de verschillende onderdelen van het model voor het leren, onderwijzen en beoordelen van taal. Die relevantie is voornamelijk aan bod gekomen in de context van de inhoud en de doelstellingen van het taalleerproces, zoals kort samengevat in de paragrafen 6.1 en 6.2. In een referentiekader voor het leren, onderwijzen en beoordelen van taal moet echter ook de methodologie aan de orde komen, want de gebruikers ervan zullen ongetwijfeld hun methodologische beslissingen willen toetsen en uitwisselen binnen een algemeen kader. In hoofdstuk 6 wordt zo'n kader geboden.

Uiteraard moet worden benadrukt dat voor dit hoofdstuk dezelfde criteria gelden als voor andere. De benadering van de methodologie van leren en onderwijzen moet alomvattend zijn, alle opties op expliciete en transparante wijze presenteren en vooringenomenheid of dogmatiek vermijden. Het is altijd een fundamenteel methodologisch beginsel van de Raad van Europa geweest dat bij het leren, onderwijzen en onderzoeken van talen de methoden moeten worden ingezet die worden beschouwd als de meest doeltreffende voor het bereiken van de overeengekomen doelstellingen in het licht van de behoeften van de individuele leerders in hun sociale context. De doeltreffendheid is afhankelijk van de motivaties en kenmerken van de leerders en van de aard van de mensen en materialen die kunnen worden ingezet. Vasthouden aan dit principe resulteert noodzakelijkerwijs in een grote diversiteit aan doelstellingen en een nog grotere diversiteit aan methoden en materialen.

Moderne vreemde talen worden tegenwoordig op veel manieren geleerd en onderwezen. De Raad van Europa heeft vele jaren een benadering voorgestaan die is gebaseerd op de communicatiebehoeften van leerders en het gebruik van materialen en methoden die leerders in staat stellen deze behoeften te vervullen en die passen bij hun kenmerken als leerders. Zoals duidelijk is gemaakt in zie paragraaf 2.3.2 en op vele ander plaatsen in het boek, is het Referentiekader echter niet bedoeld om één bepaalde methodologie voor taalonderwijs te promoten, maar juist om keuzemogelijkheden te presenteren. Een volledige en volwaardige informatie-uitwisseling over deze mogelijkheden en over de ervaringen die ermee zijn opgedaan, zal uit het veld moeten komen. In dit stadium is het slechts mogelijk enkele opties aan te geven die zijn voortgekomen uit de praktijk en de gebruikers van het Referentiekader te vragen lacunes aan te vullen vanuit hun eigen kennis en ervaring. Er is een gebruikersgids beschikbaar.

Als er gebruikers zijn die bij nader inzien geloven dat de doelstellingen die passen bij de leerders voor wie zij verantwoordelijkheid dragen, het meest doeltreffend worden nagestreefd met andere methoden dan die welke elders door de Raad van Europa worden gepropageerd, zouden wij dat graag van hen horen en hen willen vragen ons en anderen in te lichten over de methoden die zij gebruiken en de doelen die zij nastreven. Dit zou kunnen leiden tot een ruimer inzicht in de complexe diversiteit van de wereld van het taalonderricht of tot een levendig debat, wat altijd de voorkeur verdient boven de simpele aanvaarding van een bestaand orthodox idee alleen maar omdat het een orthodox idee is.

Nederlandse Taalunie