Evaluatie in het primair onderwijs in Nederland
Alle leerlingen worden voortdurend gevolg en geƫvalueerd. Leerkrachten geven en beoordelen huiswerk, doen mondelinge of schriftelijke overhoringen, proefwerken en laten leerlingen werkstukken maken of presenteren. Veel scholen gebruiken ook toetsen om na te gaan hoe de leerlingen vorderen. Deze toetsen kunnen 'standaardproefwerken' zijn, die bij een bepaalde methode horen.
Daarnaast hanteren scholen ook algemene, landelijke toetsen. In de laatste jaren van de basisschool leggen leerlingen de zogenaamde eindtoets af. De resultaten helpen de school om de leerling een advies te geven voor zijn verdere schoolloopbaan. Vier basisscholen op vijf gebruiken de eindtoets van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito).
Scholen rapporteren de resultaten van hun leerlingen aan de ouders via een cijfer- en/of woordrapport. In de regel gebeurt dat drie keer per jaar. Steeds meer scholen maken gebruik van een leerlingvolgsysteem. Daarmee houden ze de vorderingen van hun leerlingen, eventueel ook hun welbevinden en betrokkenheid in het oog. Ten slotte bewaren scholen van elke leerling een vertrouwelijke leerlingadministratie (ook wel leerlingdossier genoemd).
Hoe zit dat in Vlaanderen?
Hoe zit dat in Suriname?
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
