De algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie besluit, gelet op het Verdrag van 9 september 1980 inzake de Nederlandse Taalunie, met name op de bepalingen genoemd in art. 2, art. 4 lid e en art. 5 lid b en c tot de instelling van een Platform Literatuur & Lezen.
Artikel 1 - Instelling
In 2003 heeft het Comité van Ministers ingestemd met de plannen voor het instellen van een overlegorgaan op het terrein van literatuur & lezen. De Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie stelt per 1 mei 2007 een Platform Literatuur & Lezen in.
Artikel 2 - Doel
Het Platform Literatuur & Lezen vormt een klankbord voor het Algemeen Secretariaat bij het uitwerken en uitvoeren van Taaluniebeleid ten aanzien van literatuur en lezen. In het platform wordt uitwisseling tussen professionals bevorderd.
Artikel 3 - Taken
adviseren:
Centraal in de taakstelling van het platform staat adviseren over de ontwikkeling, uitwerking en uitvoering van de letterenactiviteiten van de Taalunie. Het platform kan, binnen het kader van het meerjarenbeleidsplan van de Taalunie, suggesties doen voor nieuw te ontwikkelen projecten. De leden van het platform vervullen een actieve rol bij het uitwerken van de door hen voorgestelde activiteiten.
Ter ondersteuning van deze functie onderscheiden we `informeren', `visieontwikkeling' en `externe representatie'.
informeren:
De leden brengen elkaar en het algemeen secretariaat ieder vanuit hun eigen invalshoek op de hoogte van ontwikkelingen, voornemens en inzichten in het letterenveld van Nederland en Vlaanderen. Zij laten zich daartoe ook informeren over wat zich in de verschillende werkterreinen afspeelt.
visie-ontwikkeling:
Gezamenlijke bezinning op ontwikkelingen in het veld stelt het platform in staat zijn adviserende taak te vervullen. Het platform draagt hieraan bij door voor verschillende onderwerpen tot een standpuntbepaling te komen.
externe representatie:
De leden van het platform dragen de activiteiten van de Taalunie op het terrein van de letteren uit binnen hun netwerk.
Het platform bepaalt in een prioriteitenplan aan welke onderwerpen zij aandacht wil besteden. Het platform is autonoom maar zoekt nadrukkelijk afstemming met de wensen en verzoeken van het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie. Het meerjarenbeleidsplan Literatuur & Lezen kan daarbij als leidraad dienen. Het platform zal in overleg met de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie ieder najaar een actieplan voor het komende jaar vaststellen.
Het platform kan ingaan op adviesvragen van alle organen van de Nederlandse Taalunie, i.e. het Comité van Ministers, de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, de Interparlementaire Commissie en het Algemeen Secretariaat. Adviezen gevraagd door of bedoeld voor het Comité van Ministers zullen het Comité bereiken via de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, het verdragsrechtelijke adviesorgaan van de Taalunie. Adviezen gevraagd door of bedoeld voor andere instanties dan het Comité van Ministers worden rechtstreeks aan de betrokken instantie bezorgd, met een kopie aan het Algemeen Secretariaat van de Taalunie.
De adviezen van het platform zijn niet bindend.
Artikel 4 - Termijn
Deze beschikking treedt in werking op 1 mei 2007 en vervalt op 31 december 2009. De beslissing over een nieuwe instellingsperiode is afhankelijk van de uitkomst van een evaluatie, beschreven in artikel 8. Op basis van een evaluatie in het jaar 2009 zal de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie in overleg met het Comité van Ministers beslissen over een nieuwe instellingstermijn voor de rest van de meerjarenbeleidsperiode 2008-2013.
Artikel 5 - Samenstelling
Het Platform Literatuur & Lezen bestaat uit mensen die werkzaam zijn in een of meerdere van de uiteenlopende terreinen van het letterenveld: van het schrijven, recenseren, vertalen, uitgeven, verkopen van literatuur, het informeren over en promoten van literatuur, tot leesbevordering, onderzoek naar en beleid voor literatuur en lezen. Omdat in het Taaluniebeleid de taalgebruiker centraal staat, kunnen ook actieve, niet-professionele taalgebruikers in het platform vertegenwoordigd zijn.
De leden van het platform worden op persoonlijke titel aangezocht vanwege hun deskundigheid op een bepaald terrein en hun positie in het veld. Zij vertegenwoordigen geen organisatie. Ze werken zonder last of ruggespraak. Zij kunnen zich niet laten vervangen.
In het platform hebben maximaal 12 leden zitting, exclusief de secretaris en de notulist. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige Nederlands-Vlaamse samenstelling. Op afstand (via e-mail/internet) zal ook een Surinaams lid zitting hebben in het platform.
De algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie stelt de leden aan. De voorzitter van het platform wordt geraadpleegd bij deze beslissing. Leden ontvangen een aanstellingsbrief van de algemeen secretaris ter bekrachtiging van hun benoeming. Leden hebben 3 jaar zitting in het platform. Leden zijn voor één termijn herbenoembaar. Uit het oogpunt van continuïteit worden de eerste leden verzocht voor uiteenlopende termijnen toe te treden: van twee jaar tot maximaal vijf jaar.
De algemeen secretaris stelt de voorzitter en ondervoorzitter van het platform aan. Hun voornaamste taken betreffen de vergaderorde en het begeleiden van de groep naar gezamenlijke besluiten. Voorzitter en ondervoorzitter behoren bij voorkeur niet tot hetzelfde deel van het taalgebied. Zij worden benoemd voor maximaal drie jaar.
Het platform heeft een ambtelijk secretaris. De secretaris is een projectleider van het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie. Hij/zij heeft een raadgevende stem. Hij/zij verzorgt de communicatie tussen het platform en de overige organen van de Taalunie. Het Algemeen Secretariaat fungeert bijgevolg ook als vast postadres van het platform.
Het lidmaatschap van het platform eindigt in geval van overlijden van het desbetreffende lid; opzegging; ontslag. De algemeen secretaris kan aan leden die meer dan 2 keer na elkaar afwezig zijn ontslag verlenen en hen al dan niet vervangen. De voorzitter van het platform zal daarbij steeds om advies gevraagd worden. Leden kunnen op eigen verzoek ontslagen worden en worden ontslag verleend in geval van opheffing van het platform.
Artikel 6 - Werkwijze
6.1. Vergaderfrequentie
Het Platform Literatuur & Lezen vergadert minimaal twee maal per jaar plenair.
6.2. Actieplan en rapportage
Het platform stelt een activiteitenplan op voor de instellingsperiode. Het platform bezorgt de algemeen secretaris jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden.
6.3. Ad hoc werkgroepen en uitvoering plannen
Voor de concrete invulling van het prioriteitenplan van het platform en/of het uitwerken van adviezen kunnen werkgroepen ingesteld worden. Hierbij kunnen eventueel externen worden betrokken. Die wonen de vergaderingen bij met raadgevende stem.
Als er wordt besloten om aan een bepaald onderwerp aandacht te besteden, werkt een werkgroep hieromtrent een voorstel uit. Dit voorstel wordt besproken op de plenaire vergadering van het platform en gaat na vaststelling naar het Algemeen Secretariaat. De bevoegdheid om projectvoorstellen te honoreren, berust bij de algemeen secretaris. Hij/zij verbindt er zich toe zijn/haar besluit ten aanzien van projecten die door het platform werden voorgedragen, aan het platform toe te lichten. Het Algemeen Secretariaat neemt de praktische uitvoering van goedgekeurde projecten op zich.
6.4. Vacatieregeling
De platformleden krijgen desgewenst voor het bijwonen van de officiële vergaderingen vacatiegeld, conform de daarvoor binnen de Nederlandse Taalunie geldende richtlijnen. Als zij daarom vragen kan het vacatiegeld geheel of gedeeltelijk worden overgemaakt aan hun werkgever. De Taalunie doet elk jaar mededeling van de uitgekeerde vacatiegelden aan de bevoegde belastingsdiensten in Nederland en België. De reiskosten worden vergoed volgens de bij de Nederlandse Taalunie geldende regeling.
Voor de betaling van vacatie- en reiskostenvergoeding wordt jaarlijks een declaratieformulier voorgelegd ter controle van de persoonlijke gegevens.
Interne en externe leden van ad hoc werkgroepen kunnen voor de officiële werkgroepbijeenkomsten een beroep doen op de vacatie- en reiskostenregeling van het platform onder dezelfde voorwaarden als voor het platform gelden.
De kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid zijn voor rekening van de Nederlandse Taalunie.
Artikel 7 - Archief
Het archief van het Platform Literatuur & Lezen wordt bijgehouden door de Nederlandse Taalunie en geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van de Archiefregeling Nederlandse Taalunie.
Artikel 8 - Evaluatieprocedure
Tijdens de instellingsperiode zal het Platform Literatuur & Lezen minstens één zelfevaluatie uitvoeren ten behoeve van de algemeen secretaris. Deze zelfevaluatie wordt opgezet aan de hand van criteria/een evaluatiestramien, opgesteld door het Algemeen Secretariaat. Het evaluatierapport dient als basis voor de beslissing door het Algemeen Secretariaat de instelling van de commissie al dan niet te vernieuwen in een nieuwe meerjarenbeleidsperiode.
Artikel 9 - Kennisgeving en bekendmaking
Het instellingbesluit ten behoeve van het Platform Literatuur & Lezen wordt gepubliceerd op www.taalunieversum.org. Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de voorzitters en leden van de organen van de Nederlandse Taalunie en aan de voorzitters en leden van het Overleg Nederlandstalige Uitgeverij en Boekhandel (onub) en het Samenwerkingsverband Archief, Bibliotheek en Documentatie (Sabido) en de leden van het directeurenoverleg leesbevordering (bestaande uit de directeuren van de Nederlandse en Vlaamse stichting lezen).
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
