Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Wanneer is een verhaal episch? - Małgorzata Dow­las­ze­wicz breekt met oude categorieën

8 oktober 2026
Nieuws Nederlands wereldwijd Internationale neerlandistiek

Auteur: Bureau IVN

Małgorzata Dowlaszewicz
© Dominika Hull-Bruska

De categorieën waarmee literatuurhistorici middeleeuwse teksten indelen, lijken niet overal hetzelfde te werken. Het begrip epos heeft in verschillende taalgebieden weliswaar dezelfde basisdefinitie, maar wordt in de praktijk soms heel anders gebruikt. Literatuurhistoricus Dr. Małgorzata Dowlaszewicz vraagt zich daarom af: kunnen we geen nieuwe categorieën bedenken die bruikbaar zijn voor al die verschillende teksten, over taalgrenzen heen? Om deze vraag te beantwoorden ging ze in januari en februari 2025 op onderzoeksreis naar de KU Leuven.

Wat is een epos?

De Hollywoodverfilming van het verhaal van Odysseus door Christopher Nolan zette afgelopen zomer het Griekse epos opnieuw wereldwijd op de kaart. In boekhandels vragen lezers weer naar De Odyssee. Het verhaal dat duizenden jaren oud is, weet nog altijd te boeien. Zo’n omzwerving van een held die onderweg talloze obstakels moet overwinnen, is meeslepend, spannend en – in de moderne betekenis van het woord – episch.

Maar wanneer is een verhaal officieel ‘episch’? Małgorzata Dowlaszewicz zette in 2024 aan haar thuisuniversiteit in Wrocław, Polen, samen met collega’s van andere departementen een cursus over epossen op. De cursus zal in 2026 van start gaan. Toen ze een voorbeeld uit de Nederlandstalige literatuur, De roman van Walewein, aan de literatuurlijst wilde toevoegen, protesteerde een collega. In zijn vakgebied, romanistiek, zou je dat geen epos noemen. Het zette Dowlaszewicz aan het denken over de woorden en categorieën die literatuurwetenschappers gebruiken om middeleeuwse literatuur in te delen.

Die vraag werd het vertrekpunt voor haar onderzoek. Ze vraagt zich af of we verhalen uit de middeleeuwen steeds in een bestaand hokje moeten proberen te passen, of dat het tijd is om de hokjes te herzien. Kunnen we categorieën ontwikkelen die niet gebonden zijn aan één taalgebied, één specialisatie, maar bruikbaar zijn voor alle middeleeuwse teksten?

De Universiteitsbibliotheek van de KU Leuven

KU Leuven

Daarvoor wilde ze terug naar de basis, terug naar de bronnen. Hoewel de primaire bronnen uitstekend online toegankelijk zijn vanuit Polen, was de secundaire literatuur over dit onderwerp, waaronder de vele edities van historische teksten, slecht ontsloten. Om haar corpus vast te stellen zou ze dus naar een bibliotheek in Vlaanderen of Nederland moeten reizen en deze door te nemen. Ze koos ervoor om op onderzoeksreis naar de KU Leuven te gaan, omdat de universiteit een uitstekende bibliotheek heeft en ze daar bovendien al de specialist Prof. Geert Claassens kende. Met hem had ze de afgelopen jaren veel over dit onderwerp kunnen sparren online. “Ik ben eigenlijk heel eenzaam met mijn onderzoeksgebied,” zegt ze, “ik heb twee collega’s in Boedapest die zich met Middelnederlandse literatuur bezighouden, maar verder zitten de meeste collega’s ver weg.”

Als gastonderzoeker kreeg ze een kamer op het Groot Begijnhof. Ook kreeg ze per uitzondering een kantoor om in te werken. Eigenlijk heeft de KU Leuven geen extra kantoren beschikbaar voor gastonderzoekers, maar ze bofte, omdat er iemand tijdens haar verblijf ook op onderzoeksreis was. Daarnaast spendeerde ze uiteraard veel tijd in de bibliotheek. Bij het doorlezen van oude literatuurlijsten vond ze het verrassend om te merken dat nog niemand eerder zich met deze herziening van de typologie had beziggehouden.

Ook zorgde het contact met Vlaamse collega’s voor een verdieping van haar onderzoek. Prof. Remco Sleiderink, werkzaam aan de Universiteit van Antwerpen, wees haar bijvoorbeeld op een paar nieuwe lopende projecten over Middelnederlandse literatuur, waarover nog geen publicatie was verschenen. Zo kwam ze op het spoor van grotere onderzoeksgroepen en kwam ze op het idee om meer te gaan kijken naar motieven in plaats van alleen de taal en formele aspecten van de teksten.

Kortom, in de twee maanden in Leuven kreeg haar onderzoek steeds meer vorm. Ze kreeg toegang tot bronnen die vanuit Polen moeilijker te vinden waren, had de kans om met collega-specialisten van gedachten te wisselen en kon in alle rust een aanvraag voorbereiden.

Wat begon als een spraakverwarring over een woord tussen collega’s in Wrocław, is uitgegroeid tot een ambitieus onderzoek naar de manier waarop we Middelnederlandse ridderliteratuur categoriseren. Dowlaszewicz wil dit nieuwe perspectief nu gaan toepassen op het Middelnederlandse corpus: het zijn meer dan zeventig ridderteksten, waarvan er twintig compleet zijn. Met hulp van studenten wil Dowlaszewicz gaan onderzoeken of er andere verbanden tussen de teksten zichtbaar worden wanneer ze de bestaande hokjes even loslaat.

Ik wil ook op onderzoeksreis!

Wil je net als Małgorzata Dowlaszewicz voor langere tijd op onderzoeksreis? Hierbij een Q&A met praktische tips van haar.

Hoe ver van tevoren begin je met het voorbereiden van de reis?

Het is goed om minimaal een jaar van tevoren te beginnen. Die tijd heb je nodig om te beslissen:

a)     wanneer je gaat
b)     om een onderzoeksplan te maken
c)     en, net zo belangrijk, om de juiste contacten bij de gastuniversiteit te leggen.

Wanneer is het juiste moment om weg te gaan?

Ik heb een gezin en veel taken op mijn thuisuniversiteit, dus dit is lastig voor mij. Ik probeer tot nu toe om altijd in een collegevrije periode te gaan. Voor deze reis, begin 2025, moest ik een deel van mijn colleges eerder afsluiten en een deel van mijn colleges online geven vanuit Leuven. Dat raad ik eigenlijk niemand aan. Het is beter om een paar maanden weg te kunnen zijn zonder collegeplicht, zodat je je beter kunt concentreren. De zomer lijkt dan een ideale kandidaat, maar dat is lastig als je een gezin hebt. Steeds moet je een afweging maken of het onderzoek belangrijk genoeg is om je familie in de zomermaanden achter te laten.

De nieuwe subsidieregelingen die gekomen zijn dankzij de extra middelen die de Nederlandse overheid heeft toegekend ter versterking van de internationale neerlandistiek gaan meer mogelijk maken. Met de subsidie voor fellowships krijg je bijvoorbeeld geld voor de vakgroep om iemand te betalen die jou kan vervangen. Dan zul je minder gebonden zijn aan collegevrije periodes.

Wat mag je niet vergeten bij het opstellen van een aanvraag?

Ik zou altijd navragen welke soorten mobiliteiten er zijn op de gastuniversiteit. Denk daar goed over na. Welke status wil ik hebben: visiting scholar of visiting professor? De meeste kiezen voor visiting professor maar daar zijn vaak andere verplichtingen aan verbonden dan de status van visiting scholar, oftewel gastonderzoeker. Een gastonderzoeker hoeft bijvoorbeeld meestal geen college te geven en als je je echt wil concentreren op je onderzoek is dat wellicht beter.

Waarom is het belangrijk om van tevoren contact met collega’s aan de gastuniversiteit te leggen?

Er komt veel administratie kijken bij het regelen van een onderzoeksreis. Het is fijn om collega’s te hebben die je daarmee ter plekke kunnen helpen. Aan de KU Leuven was het zelfs zo dat de officiële aanvraag door iemand van binnen de KU Leuven ingediend moest worden. Regel de aanvraag dus niet alleen maar via de grote weg, maar schrijf eerst een paar collega’s binnen de universiteit aan. Het klinkt anders als een collega aan diens decaan vertelt: “er komt iemand bij mij langs”, dan wanneer jij je uit het niets bij een decaan aanmeldt.

Nog een laatste tip?

Zorg ervoor dat je vóór vertrek alle toegang tot de juiste gebouwen hebt geregeld. Vraag zoveel je kunt alle pasjes op afstand al aan, zoals bijvoorbeeld het pasje voor de bibliotheek. Op die manier kun je meteen starten als je aankomt.

De internationale neerlandistiek in actie

Geïnspireerd om net als Małgorzata Dowlaszewicz ook op onderzoeksreis te gaan? Zie o.a. de fellowships en onderzoeksbeurzen die deze maand open zijn gegaan op mijnNederlands.

De Taalunie en IVN werken samen rond de subsidieregelingen voor de internationale neerlandistiek, vanuit onze gedeelde missie om het vak te versterken. Lees hier meer.